U bent hier: Parochie / Kerken / Maria van Jessekerk / Paasgroep weer opgesteld
Laatst gewijzigd: 29-03-2019

Unieke Paasgroep weer opgesteld

In april staat de Paasgroep weer in de kerk. U heeft de Paasgroep van de Maria van Jessekerk vast weleens gezien. Wij realiseren ons echter niet hoe bijzonder deze groep is.

Uiteraard heeft iedere kerk een Kerststal, maar het hebben van een Paasgroep is heel bijzonder. Bij ons is er geen tweede bekend en deze groep is al vrij oud: meer dan 70 jaar. De beelden zijn in 1946 gemaakt door frater Renald Rats O.F.M. Ze zijn gemaakt voor het 40-jarige priesterfeest van pastoor Dr. Germanus Vrijmoed van deze kerk.

In 2015 en 2016 is de groep volledig gerestaureerd door Noud Janssen uit Nootdorp. Van vele beelden waren, door het verplaatsen, vingers afgebroken en andere kleine stukjes. Bij de Paasgroep ligt een uitgebreid rapport dat is gemaakt bij de restauratie. In dit rapport staan ook achtergronden over de maker van deze Paasgroep.

De 10 beelden zijn gemaakt van gebakken klei en geglazuurd. Ze zien er voor 1946 verbazend modern uit. Zij verbeelden het paasverhaal volgens Johannes (NBV). In dit deel van het Evangelie worden twee scènes verteld. Die twee afzonderlijke scènes zijn ook in de Paasgroep tot uitdrukking gebracht. Het verklaart waarom de groep twee Christusfiguren telt en waarom eigenlijk sprake is van twee bij elkaar horende groepen:

Scène 1: a. Christusfiguur 1 | b. Petrus | c. Vrouw met twee kruiken | d. De andere apostel | e. Grot

Scène 2: a. Christusfiguur 2 | b. Engelenpaar, gezeten op een grafkist | c. Vrouw met een kruik | d. Knielende vrouw | e. Geschrokken vrouw.

Hieronder staat het deel uit het Paasverhaal volgens Johannes (NBV) waarop deze groep is gebaseerd:

“Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria uit Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen van de opening van het graf was weggehaald. Ze liep snel terug naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze hem nu neergelegd hebben.’ Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf. Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek. Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde. Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat hij uit de dood moest opstaan. De leerlingen gingen terug naar huis.

Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, één bij het hoofdeind en één bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem hebben neergelegd’. Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen’. Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’. ‘Houd me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is’. Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat hij tegen haar gezegd had.”

Eddie van den Engel (met teksten van Noud Janssen)

N.B. Tevens is er een brochure over de Paastijd gemaakt met alle afbeeldingen van de staties, vraag ernaar bij de vrijwilligers van de Kerk Openstelling.