U bent hier: R.-k. spiritualiteit / Kerkelijk jaar / Christelijke en heidense feesten
Laatst gewijzigd: 30-08-2009

Christenen hebben heidense feesten gekerstend

Hierbij betekent gekerstend: tot het christendom gebracht.

Deze bewering kom je vaak tegen, waarbij de woorden dwang en overheersing er in één adem bij genoemd worden. Vooral rond Kerstmis horen we steeds weer dat dit eigenlijk het heidense feest van de zonnewende is, een feest dat de christelijke cultuur onderdrukt heeft. Ik denk dat dergelijke bewering te kort door de bocht is. Hieronder zal ik dat proberen duidelijk te maken. Ik gebruik daarbij als bron het boek van M. v. Leeuwen: “Van feest naar feest”, Balans 2005.

Feest als beleving van tijd en seizoen

Feesten, ook christelijke feesten, kennen verschillende lagen. Als eerste zijn deze feesten ontstaan vanuit de invloed van de kosmische tijd: de beleving van dagen, weken, maanden en seizoenen. Niet voor niets zegt de bijbel dat ‘dagen’ de tijd van de mens is.
Mensen zijn ooit in vroegere agrarische culturen gaan spelen met wat om hen heen gegeven was. Ze begonnen een zin te krijgen voor de orde van tijd en ruimte, voor maanden en seizoenen, voor de loop van de zon. Van toen af (toen men de zin voor tijd ontwikkelde) speelde die vroege mensen een heilig spel. Markante momenten in de tijd werden voortaan gemarkeerd door feestelijkheid: geen uiting van vreugde maar in en door de orde van (seizoens)feesten kwam de werkelijkheid tot zijn werkelijkheid. De feesten hielpen de orde der wereld in stand te houden. Die ceremonies bewerkten dat wat zij uitbeelden. Wanneer men ’s morgen de zon begroet dan maakt deze begroeting dat de zon ook werkelijk opkomt. Dat is nog steeds zo in sommige culturen. Je begroet de zon en vervolgens heb je op de kortste dag van het jaar rituelen nodig die zorgen dat de zon weer terugkomt en de dagen weer gaan lengen.

Kalenders

Zo ontstonden in veel culturen al snel kalenders: om de weerkerende grote momenten en overgangen in de tijd weer te geven: de kortste dag, de langste dag, de gestalten van de maan, de seizoenen stonden erop. De uit ervaring gegroeide kunst om deze ritmes te bepalen en vast te leggen zijn al vroeg enorm ontwikkeld. Je moest immers op het juiste moment de ceremonies inzetten om te bewerken dat het nieuwe jaar ook werkelijk kwam. De kalenders hadden ook praktische nut: je kon aan de hand van de kalender de goede periode vaststellen om te zaaien, te jagen, te vissen, te oogsten. Daar hoorde weer heilige rituelen (offers) bij zodat het zaad opkwam enz. Dan weer feesten om de goede oogst te vieren. Zo volgden de kalenders het ritme van de kosmos en natuur.

De oude koppeling van feestkalenders en natuur werkt in de kalenders van Jodendom en christendom nog steeds door. Men ziet dat aan de data van feesten en aan allerlei gebruiken en symbolen. Bijvoorbeeld: Kerstmis valt bijna samen met de midzonnewende: de kortste dag. Die koppeling werd waarschijnlijk gemaakt in de vierde eeuw. De christenen namen een Romeins feest over: Het feest van de onoverwinnelijke zon. De christenen stelden met hun feest Christus op de plaats van de keizer. Geen heilbrengende zon maar Christus, de zon der gerechtigheid.

Feest krijgt christelijke betekenis

Tegelijk haalde het christendom ook allerlei oude midwinterse associaties, die al aan het Romeinse feest verbonden waren, in huis, als een oude niet weg te denken betekenislaag. Zo keren de feesten, die in allerlei voorchristelijke culturen al gevierd werden, om het duister en angst te verdrijven in de kersttijd terug. Het groen is een oeroud symbool voor de levenskracht van de natuur. Die zal deze barre tijd te boven komen. En in hartje winter werden in christelijke culturen grote maaltijden aangericht, met de laatste resten van de laatste oogsten om zo de verwachting van een goede oogst in het voorjaar af te dwingen. Zo heeft Kerstmis vele trekken van een midwinterfeest meegekregen als oudste onderliggende betekenislaag.

Diverse christelijke feesten hebben dus verschillende betekenislagen, die in het christelijke feest mee opgenomen worden. Dat gebeurt niet door gedwongen overname of door assimilatie, maar door de eerste betekenissen op te nemen en te herinterpreteren. Het is in Christus dat de kracht van de overwinning van het licht op het donker (zie ook in het kerstverhaal) herkend wordt. Een herkenning of ervaring die in de mensen/gelovigen zelf plaatsvindt. De ervaring is bepalend. Valt de ervaring weg, dan zie je vaak een terugvallen op de eerdere betekenislagen. Ook zijn er talloze voorbeelden waarin machten geprobeerd hebben feesten ‘over te nemen’, dat lukt bijna nooit. Sterker nog, ik ken zelfs geen voorbeeld waarbij dat wel is gelukt. Wel is het zo dat christenen vaak bang zijn de oudere betekenislagen te herkennen. Mijns inzien niet nodig want zij versterken juist die ene betekenis: in het geval van Kerstmis dat de Lichtbrenger op de aarde gekomen is. En in het feest van Pasen, met als oudste laag een lentefeest, wordt de overwinning op de dood (de winterse doodsheid) aangekondigd. Het lijkt eerder zo te zijn dat de omgeving, de natuur, de betekenis van het christelijke feest bevestigt.