U bent hier: R.-k. spiritualiteit / Kerkelijk jaar / Pasen
Laatst gewijzigd: 30-08-2009

Pasen

In de evangeliën wordt beschreven hoe vrouwen het graf van Jezus bezochten: Na de sabbat, toen de ochtend van de eerste dag van de week gloorde, kwam Maria uit Magdala met de andere Maria naar het graf kijken. Plotseling begon de aarde hevig te beven, want een engel van de Heer daalde af uit de hemel, liep naar het graf, rolde de steen weg en ging erop zitten. Hij lichtte als een bliksem en zijn kleding was wit als sneeuw. De bewakers beefden van angst en vielen als dood neer. De engel richtte zich tot de vrouwen en zei: "Wees niet bang, ik weet dat jullie Jezus, de gekruisigde, zoeken. Hij is niet hier, hij is immers opgestaan, zoals hij gezegd heeft. Kijk maar, dat is de plaats waar hij gelegen heeft. En ga nu snel naar zijn leerlingen en zeg hun: 'Hij is opgestaan uit de dood, en dit moeten jullie weten: hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zul je hem zien.' Dat is wat ik jullie te zeggen had."

Verrijzenis

J. Moltmann zei: “In het einde ligt het begin. Een kleine leer van de hoop.” In de christelijke traditie neemt het thema van de verrijzenis van het lichaam een centrale plaats in. Het is van oudsher één van de kernelementen van de christelijke geloofsbelijdenis. Christenen drukken hiermee uit dat – uiteindelijk – mensen niet verloren gaan, maar geheeld zullen worden. Verrijzenisgeloof is: geloven dat de liefde van God sterker is dan alle vormen van mislukking, gebrek, lijden en dood. Het is: geloven dat in elk mensenleven en in elke situatie kiemen van hoop verborgen liggen, waar 'iets nieuws' uit kan voortkomen. Het is: de hoop dat de dood niet het laatste woord krijgt en dat niets dat goed is, verloren zal gaan.

Pasen ligt veel moeilijker dan het kerstverhaal. Kerstmis is het feest van de aanraking, van het zien, het verbeelden. Het is ook werkelijk een feest dat tot de verbeelding spreekt. Dit is heel anders met het verrijzenisverhaal dat in zekere zin veeleisender is voor de toehoorder. Dit is immers precies het verhaal dat vraagt te verzaken aan het onmiddellijke. In Christus geloven als verrezen Heer vraagt om afstand te doen van het verlangen om aan te raken, te betasten, te voelen, te verbeelden… Dit verzaken aan het onmiddellijke staat haaks op de hedendaagse leefwereld, waar enkel dat wat men kan vasthouden, zien, bewijzen, echt is… De vraag is evenwel of het inderdaad dwaas is te geloven in iets wat niet 'bewijsbaar is'. Geloven is een relatie aangaan met God. Een relatie is gestoeld op vertrouwen. Op een bepaald punt stoppen de historische feiten, stopt de rationaliteit en dan kan enkel een sprong naar het ontastbare geloof een verklaring bieden om een groter geheel aan te duiden. Beperkt die sprong zich enkel tot de geloofsrelatie, of geldt deze ook voor andere relaties: liefdesrelaties, vriendschapsrelaties, ouder-kind-relaties, maatschappelijke verhoudingen? Het moment waarop mensen in een relatie zoeken naar bewijzen voor de trouw of betrouwbaarheid van de ander, is het moment waarop het fundament van de relatie, met name het vertrouwen reeds zoek is. Omdat Christus is opgestaan uit de dood, geloven christenen dat ook zij ooit zullen verrijzen. De hoop op en het vertrouwen in het eeuwige leven bij God moet dus begrepen worden in het licht van het leven, de dood en de verrijzenis van Jezus.” (tekst: universiteit van Leuven)

Eucharistie en verrijzenis

Eucharistie en verrijzenisgeloof zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Immers: het verrijzenisverhaal gaat niet enkel over de verrijzenis van Christus, maar ook over verrijzenis van zijn leerlingen. Zij staan op uit de dood. De deelname aan de eucharistie is een voorafname van de eigen lichamelijke opstanding. "Onze deelname aan de eucharistie geeft ons al een voorproef van de gedaanteverandering van ons lichaam door Christus: 'Want zoals het brood door de aanroeping van God geen gewoon brood meer is, maar de eucharistie, die een aards en een hemels aspect heeft, zo ook zijn onze lichamen die delen in de eucharistie, niet meer vergankelijk, maar bezitten zij de hoop op de verrijzenis.'" (citaat van Ireneus van Lyon)

Nieuw begin

Pasen (het feest van de verrijzenis) werd al wel vanaf het eerst begin gevierd. Wanneer men de geboorte van Christus vierde dan had men het over de dag dat hij opstond. De dood en de opstanding zag men als een soort geboorte, en dat werd elke zondag gevierd. De dag van sterven wordt als geboorte in het Nieuwe Leven gezien. Zoals we de sterfdag van heiligen nog steeds als belangrijke dag vieren, als een geboortefeest. Pasen is vanaf het begin verbonden met het Joodse Pesach-feest, een lentefeest. Daarom wordt Pasen altijd in de lente gevierd, op de zondag na de eerste volle maan in de lente. Vandaar dat de datum van het Paasfeest veranderlijk is.

Pasen gaat over bevrijding, zoals Pesach voor Joden het ultieme bevrijdingsfeest is. De betekenis van het Joodse feest is onlosmakelijk verbonden met het christelijke feest van Pasen. De verhalen over de bevrijding van het Joodse volk uit de slavernij in Egypte vinden we in het bijbelboek Exodus (in het Oude of Eerste Testament). In het boek Exodus (Ex 3,14) kunnen we lezen: 'Ik ben die er zijn zal. Zeg daarom tegen de Israëlieten IK ZAL ER ZIJN heeft mij naar u toe gestuurd': zo heeft God zich van bij het begin geopenbaard. Met Pasen viert de christelijke kerk het nieuwe leven, dat aan het einde ons deel zal zijn maar dat nu reeds aanbreekt en doorbreekt midden in ons bestaan, midden in deze wereld. Alle tekenen van nieuw leven, van bevrijding en menselijkheid, van heil en redding, verwijzen naar Hem, de Gekruisigde, die is opgestaan uit alle verdrukking en dood. Daarom leest de kerk in de Paasnacht het verhaal van het begin, van de schepping, toen op Gods gezag het licht voor het eerst doorbrak. En zij leest het verhaal van de bevrijding uit slavernij, want geen mens is bedoeld om onder het juk van ellende en onmenselijkheid te leven.

Voorbereiding op Pasen

Pasen is hét christelijke geloofsfeest. Een dergelijk belangrijk feest wordt vaak voorafgegaan door een voorbereidingsperiode. De voorbereidingsperiode van het Paasfeest is de veertigdagentijd (zoals Kerstmis voorafgegaan wordt door een periode van vier weken, de Advent).

De week voorafgaande aan het Paasfeest heet de Goede Week. In die week neemt de intensiteit van het feest stap voor stap toe door het lezen van de verhalen van Jezus welke voorafgaan aan het verrijzenisverhaal. Zo wordt op de zondag voor Pasen (= Palmzondag) het verhaal gelezen van Jezus glorieuze intocht in de stad Jeruzalem. Op de donderdag voor Pasen (= Witte Donderdag) wordt verhaald hoe Jezus voor de laatste maal met zijn leerlingen aan tafel ging, dat Hij vervolgens in een tuin ging om te bidden en daar gevangen genomen werd door Romeinse soldaten. De volgende dag (= Goede Vrijdag) horen we van de martelingen en de kruisdood die Jezus onderging. Op zaterdag (= Paaszaterdag) is het stil, de dodenwake. Na zonsondergang trekken we in de kerkdienst, via verhalen en rituelen, van het donker van de dood naar het licht van de verrijzenis.