U bent hier: R.-k. spiritualiteit / Kerkelijk jaar / Kerstmis
Laatst gewijzigd: 30-08-2009

Kerstmis

In tegenstelling tot de meeste andere feestdagen die een religieuze oorsprong hebben, kent bijna iedereen de betekenis van Kerstmis. Tijdens Kerst wordt de geboorte van Jezus gevierd. In Bethlehem werd hij in een stal geboren. Die nacht kwam een engel bij enkele herders, die buiten in het veld op wacht zaten bij hun kudde. Door de verschijning van de engel werd de omgeving in een helder licht gezet. De aanvankelijke angst maakte plaats voor blijdschap toen hen werd verteld dat Jezus geboren was.

Kerstmis of Pasen belangrijker?

Hoewel Pasen belangrijker is dan Kerstmis, en een ouder en oorspronkelijker feest is, beleven de meeste mensen Kerstmis als een hoogtepunt. Dat de geboorte van de stichter (Jezus van Nazareth) wordt gevierd lijkt logisch. Echter, in de vroegste christelijke geschriften was er in het geheel geen aandacht voor Jezus’ geboorte. Dat Hij op een bijzondere manier gestorven was en dat Hij verrezen was, kreeg evenwel alle aandacht. Vooral de verrijzenis van Jezus maakte bij zijn volgelingen veel indruk; hierdoor noemden zij hem Messias, de Christus.

Pas later is men gaan kijken naar de rest van zijn leven. De geboorte is in het licht van dat leven van belang. Vanuit dat leven is men de geboorte van deze mens gaan vieren. Geboortefeesten hebben dus iets secundairs. Daar en toen werd die grote mens geboren. Dus we vieren, vanaf ongeveer de vierde eeuw, Kerstmis vanwege Pasen.

25 december

Maar waarom wordt Kerstmis op 25 december gevierd? In de twee evangeliën die over de geboorte van Jezus schrijven wordt geen datum of seizoen genoemd. De oorzaak ligt in het feit dat men in de eerste eeuwen in Rome op 25 december het feest van de onoverwinnelijke zon in de mithras-cultus vierde. In 274 kondigde keizer Aurelianus aan dat hij in feite de onoverwinnelijke zon was. De christenen, onder keizer Constantijn, namen vervolgens die dag over als de geboortedag van hun 'zon van gerechtigheid', die groter en onoverwinnelijker was dan de keizer. Een politiek motief dus, waarmee de christenen onderstreepten dat vanaf nu niet de keizer, maar Christus de hoogste eer verdiende.

In het westen is daarmee de nadruk komen te liggen op het menselijke gebeuren van kerst: het nederige begin, waarin zich de latere vernedering van Christus en dus de thematiek van lijden en schuld aankondigt. In de oosterse rite wordt op 6 januari ‘Kerstmis’ gevierd, de verhalen van de drie wijzen die de nieuwgeborene bezoeken en diens doop in de Jordaan staan dan centraal. Daarmee ligt het accent op het openbaar worden van zijn goddelijkheid: de verschijning van Christus én de bevestiging ervan vanuit de hemel bij de doop. Ten volle goddelijkheid.

Tegelijk haalde met name het westerse christendom ook allerlei oude midwinterse associaties, die al aan het Romeinse feest verbonden waren, in huis, als een oude niet weg te denken betekenislaag. Zo keren de rituelen om het duister en angst te verdrijven, die in allerlei voorchristelijke culturen al gevierd werden, in de kersttijd terug. Het groen is een oeroud symbool voor de levenskracht van de natuur. Die zal deze barre tijd te boven komen. En in hartje winter werden in voorchristelijke culturen grote maaltijden aangericht, met de laatste resten van de laatste oogsten om zo de verwachting van goede oogst in het voorjaar af te dwingen. Zo heeft Kerstmis vele trekken van een midwinterfeest meegekregen als oudste onderliggende betekenislaag.