U bent hier: R.-k. spiritualiteit / Kerkelijk jaar
Laatst gewijzigd: 30-08-2009

De opbouw van het kerkelijk jaar

Het kerkelijk jaar begint op de eerste zondag van de Advent, Christus Koning genoemd.

De indeling van het kerkelijk jaar wordt bepaald door feesten:

De datum van Kerstmis staat vast op 25 december. De datum van de Advent is daarvan afgeleid, namelijk vier zondagen voor 25 december.

Pasen wordt gevierd op de eerste volle maan na het begin van de lente. Zes weken voor Pasen begint de Veertigdagentijd met Aswoensdag.

Vijftig dagen na Pasen is het Pinksteren; deze periode vormt de Paastijd. Daarbinnen valt Hemelvaart, op de veertigste dag na Pasen.

De weken tussen deze periodes worden ‘de tijd door het jaar’ genoemd.

Uit het bovenstaande blijkt dat de Christelijke kalender een half jaar van grote feesten bevat en een half jaar dat feestloos wordt genoemd. Echter, omdat elke zondag het Paasfeest wordt herdacht en gevierd (Klein Pasen genoemd), is het eigenlijk ook in het feestloze half jaar steeds weer een feest.

Verder zijn er nog de heiligenfeesten en andere feesten zoals Allerheiligen op 1 november en Allerzielen op 2 november.

In de westerse wereld lijkt Kerstmis een belangrijker feest dan Pasen. Binnen het christelijke geloof is dat niet zo. Lees over de achtergronden hierover bij Kerstmis.

De indeling volgens het kerkelijk jaar vind je ook terug in andere zaken binnen de kerk, bijvoorbeeld bij de liturgische kleuren en bij het lezingenrooster voor de liturgie.