U bent hier: Parochie / Kerken / Adelbertkerk / Kerk / Achtergrond / Orgel
Laatst gewijzigd: 27-06-2017

Orgel

De Adelbertparochie in Delft heeft in mei 2004 een pijporgel in gebruik genomen. Het is te karakteriseren als een instrument van neobarokke signatuur met een boventoonrijk klankspectrum. Dit orgeltype is geïnspireerd op het Noord-Duitse orgel uit de Baroktijd. Het is niet alleen heel geschikt voor het begeleiden van koor- en parochiezang, maar ook om met name Noord-Duitse orgelmuziek van bijvoorbeeld Bach en Telemann ten gehore te brengen.

Het orgel met twee manualen en een zelfstandig pedaal heeft een sleepladensysteem met mechanische toon- en registertractuur. Het is gebouwd in 1965 als opus 623 voor de kerk van de Rooms Katholieke Maria Regina Parochie in Boxtel door de firma Bernard Pels en Zoon te Alkmaar. Dispositie, mensuren en vormgeving zijn indertijd tot stand gekomen onder advies van pater dr. Matthieu Dijker en Hans Straatman. Kerkorgelbouw Pels en Van Leeuwen, onder welke naam de firma na fusie van de orgelbouwers Pels en Van Leeuwen werd voortgezet, heeft het orgel naar Delft overgebracht en opgebouwd. Voor de overbrenging naar de Adelbertkerk zijn het pijpwerk en overige onderdelen in de werkplaats in Den Bosch grondig gereviseerd en vier registers bijgebouwd. De speeltafel is alleen gewijzigd waar het de registerindeling betreft. Het orgel beschikt thans over zestien sprekende registers waarvan een dubbelfunctie (Octaaf 2'/Mixtuur) en vier werktuigelijke registers (Tremulant en koppels). Het telt 1021 pijpen. De toonhoogte is bepaald op a'= 440 Hz. bij 19° C en de stemming is gelijkzwevend. De winddruk is respectievelijk 80, 75 en 70 mm WK (waterkoppel) voor het Pedaal, Hoofdwerk en Nevenwerk.

De afmetingen van het orgel zijn 6,5 à 7 meter hoog, 4 meter breed en 2 meter diep inclusief de stemgang. De orgelkas is blankgelakt eiken gefineerd meubelplaat. De achterzijde is van mahoniehout. In het orgelfront dat in drieën is verdeeld staan in het midden- en linker vak kopergevlamde pijpen en in het rechter vak tinnen frontpijpen. Het orgel is links vooraan in de kerk geplaatst waar ook het parochiekoor zijn plaats heeft.

De volgende wijzigingen zijn bij de plaatsing in Delft in de dispositie aangebracht.
Op het Hoofdwerk is uit de Mixtuur het doorlopende 2-voets koor vrij bespeelbaar gemaakt. In halfgetrokken stand is de Octaaf 2 voet bespeelbaar, in geheel geopende stand voegen de overige Mixtuurkoren zich hierbij. Verder is een Fluit 4 voet bijgebouwd. Hiervoor zijn 56 nieuwe pijpen gemaakt van 12% tin.
Op het Nevenwerk is de Cymbel 3 sterk vervangen door de Viola 8 voet, C - B gecombineerd met de Roerfluit 8 voet en c° - g''' waarvoor 44 nieuwe pijpen zijn gemaakt van 70% tin. De Dulciaan 16 voet is opgeschoven tot 8-voetsregister. Voor het hoogste octaaf zijn 12 pijpen bijgemaakt.
In het Pedaal is de Subbas 16 voet sterker geïntoneerd ter verkrijging van een betere resonance. De Spitsfluit 8 voet is gecompleteerd door het bijmaken van 24 nieuwe pijpen van 23% tin. Verder is hier een Fagot 16 voet bijgeplaatst op de oorspronkelijk voor een Cornet 4 voet gereserveerde plaats. Hiervoor zijn 30 nieuwe pijpen gemaakt van 23% tin.

Adviseur Jos Laus van de Rooms Katholieke Klokken- en Orgelraad heeft de renovatie en uitbreiding begeleid.

De dispositie is thans de volgende:
Hoofdwerk, C-g''':
Prestant 8 voet, Holpijp 8 voet, Octaaf 4 voet, Fluit 4 voet, Sesquialter 2 sterk discant, Octaaf 2 voet (halve stand Mixtuur), Mixtuur 5-6 sterk, Trompet 8 voet.
Nevenwerk, C-g''':
Baarpijp 4 voet, Waltfluit 2 voet, Viola da Gamba 8 voet, Roerfluit 8 voet, Dulciaan 8 voet, Tremulant.
Pedaal, c-f':
Subbas 16 voet, Spitsfluit 8 voet, Fagot 16 voet.
Koppels:
Hoofdwerk + Nevenwerk, Pedaal + Hoofdwerk, Pedaal + Nevenwerk.

Chris van Wijk