U bent hier: Parochie / Kerken / Adelbertkerk / Kerk / Achtergrond / Kerkgebouw / De bouw
Laatst gewijzigd: 27-06-2017

De bouw

Het begin

De Sint Adelbertparochie werd in 1967 opgericht. De Adelbertkerk (1) is op 6 mei 1967 ingezegend door de toenmalige bisschop van Rotterdam, mgr. M.A. Jansen. Johannes G. Sul (2), die in 1964 aantrad als bouwpastoor, liet zich bij de voorbereiding van de bouw onder andere inspireren door een boek over kerkenbouw uit 1964. Dit boek met de titel 'Op zoek naar het kerkgebouw van morgen. Mens, kerk en parochie in een nieuwe tijd' werd uitgegeven door de Adelbertvereniging (3), een landelijke organisatie van leidinggevende rooms-katholieke intellectuelen die qua inzet in de laatste periode van haar bestaan enigszins te vergelijken is met de Mariënburgvereniging (4). Na de eerste emancipatie vanaf de negentiende eeuw waarin de katholieken zich een positie moesten verwerven ten opzichte van de niet-katholieken zien we in de zestiger jaren van de twintigste eeuw een tweede emancipatie welke in belangrijke gedragen werd door leden van de Adelbertvereniging. Hier ging het om een bevrijding uit de interne, binnenkerkelijke bevoogding van clerus over leken, waarbij de leken streefden naar meer vrijheid in zaken die naar hun mening weinig met levensbeschouwing van doen hadden en openingen wilden forceren naar de niet-katholieke wereld.
Pastoor Sul heeft met beide organisaties contact onderhouden. Verder leefde hij zeer mee met de gedachten die werden ontwikkeld in deze tijd van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965): terug naar de wortels, het overbodige uit de historie verwijderen, alleen de kern centraal stellen, namelijk de ontmoeting van de gelovigen met elkaar en met Jezus Christus, bevordering van de doorbraak van de kerk naar de wereld van de arbeid, cultuur en wetenschap waarbij in de woorden van bekende conciliedeelnemers als de kardinalen Bernhard Alfrink van Utrecht en Franz König van Wenen geen plaats is voor klerikale, autoritaire structuren met de 'leken' als gehoorzame schapen. De in december 1963 door de concilievaders uitgebrachte liturgieconstitutie 'Sacrosanctum Concilium' noemde vier liturgische eisen: eenvoud, begrijpelijkheid, gemeenschap en actieve deelname van alle gelovigen. Eisen die pastoor Sul in de nieuwe kerk van harte wilde volgen.

Architect

De architect van kerk en pastoriegebouw was Ir. H. J. Meijsing (5) uit Delft. Architect Meijsing die ook de ontwerper is van Huize Monica, Stefanna, de Vrijmoedhof in Delft en het Lodewijk Makeblijde College in Rijswijk, had nog nooit een kerk gebouwd. Juist daarom werd hij door de bouwpastoor uitgekozen om vrij mee te denken over de nieuwe vormen die pasten bij de postconciliaire tijd. De bouw werd in januari 1966 voor fl 604.450,-- gegund aan de Firma H.A. Haring en Zn.te Schipluiden, de zelfde aannemer die in 1963 de Rooms-Katholieke kerk van Schipluiden had gebouwd.

Multifunctionele vindplaats voor ontmoeting

De architect kreeg de opdracht een sfeervolle ontmoetingsruimte te ontwerpen, waar mensen zich zouden kunnen thuis voelen bij God en bij elkaar, vindplaats voor echte ontmoeting. Tegelijk moest het kerkgebouw gekenmerkt worden door eenvoud, praktisch gebruik en gezellige sfeer. Niet iedereen was bij de ingebruikname in 1967 gelukkig met het resultaat. "Wat wilt u nu eigenlijk", had de architect nog gevraagd aan de bouwpastoor, "een toneelzaal, een kantine, een blokhut of een wijkgebouw?" De kerkelijke architectuur is hier volledig gebonden kunst geworden. Het kerkgebouw wordt conditie voor het gesprek, waarin de mens zichzelf in gemeenschap met zijn medegelovigen openbaart in de Heer.

Vijf wijken, één parochie

De Adelbertkerk was oorspronkelijk bestemd voor de wijken Poptahof en Voorhof. In de zestiger jaren waren nog twee andere kerken gepland, namelijk op het terrein waar nu Woonzorgcentrum Stefanna staat en op een terrein ter hoogte van de hoek Buitenhofdreef-Bachsingel. Deze twee kerken, bestemd voor de wijken Voorhof-II en Buitenhof, zijn uiteindelijk nooit gerealiseerd. Toen de wijk Tanthof werd ontwikkeld, onderzocht het bisdom nogmaals de mogelijkheid een afzonderlijke parochie dan wel een tweede kerkgebouw binnen de Adelbertparochie op te richten. Wederom was de conclusie dat het niet mogelijk was. Zodoende zijn deze wijken allemaal tot de Adelbertparochie gaan behoren. De vijfhoek of pentagon die op het dak is opgesteld symboliseert daarom ook de vijf wijken.

Voetnoten

(1) De naamgever van kerk en parochie,Sint Adelbert, was een van de twaalf metgezellen die in 690 samen met Willibrordus afreisden vanuit het Ierse klooster Rathmelsigi naar het vasteland. Adelberts werkterrein lag vooral in Kennemerland en West-Friesland. Hij stierf in 740 en werd begraven in Egmond. Zijn graf stond aan de basis van een klooster dat in de de tijd van de reformatie werd verwoest. In 1935 bouwden de Benedictijnen weer een aan Adelbert gewijd klooster op dezelfde plaats. In 1950 werd dit klooster verheven tot abdij. Pastoor Sul onderhield goede contacten met de Adelbert Abdij en met pater Adelbert van der Wielen die in 1967 juist tot abt werd gekozen. Pastoor Sul werd dan ook uitgenodigd om de abtswijding bij te wonen. Al in september 1964 schreef pastoor Sul in zijn Nieuwsbrief aan de parochianen: "Daar komt nog bij dat ik onze parochie graag geestelijk zou willen laten adopteren door de paters Benediktijnen van Egmond. Zij wonen in het Adelbertklooster. De geestelijke adoptie betekent dat zij dagelijks in de viering van de H. Eucharistie heel bijzonder gedenken de geestelijke en tijdelijke belangen van onze opgroeiende parochie." De samenwerking met Egmond blijkt verder onder andere uit het feit dat de monniken van Egmond de gebeden hebben opgesteld die bij de inzegening van de Adelbertkerk zijn uitgesproken en dat de werkgroep die de opening van de kerk in 1967 voorbereidde besloot de monniken van Egmond uit te nodigen bij het eerste patroonsfeest van de H. Adelbert op 25 juni.

De band met de Adelbertabdij werd nog eens versterkt door een brief van de toenmalige deken van Goes, C.P.M. Holtkamp, aan pastoor Sul. Deken Holtkamp, zelf afkomstig van Abtswoude, wees erop dat er sinds de Middeleeuwen banden bestaan tussen Egmond en Abtswoude. De naam Abtswoude is afkomstig van de Abdij van Egmond. De abten hadden indertijd in de Lage Abtswoudse Polder een uithof. Deze uithof die tussen 1399 en 1573 heeft gefunctioneerd, heeft gestaan op de plaats van de voormalige boerderij Abtswoude 40. De uithof is indertijd op last van Willem van Oranje gesloopt voor het geval de Spanjaarden de stad zouden belegeren. In de beginjaren werd het parochiegebied eerder als Delft Abtswoude aangeduid. Later kwam de naam Delft Zuid in zwang.

(2) Johannes Gerardus Sul (geboren Hilversum 20 juli 1917, overleden Delft 5 juli 2002) werd priester gewijd op 19 juni 1943 te Warmond. 1964 kapelaan van de Parochie HH. Nicolaas en Gezellen te Delft met de opdracht de bouw van een kerk in Delft Abtswoude of Delft Zuid voor te bereiden. 1967-1989 pastoor van de St. Adelbertparochie in Delft-Zuid. 1967-1979 deken van dekenaat Delft. 1969-1989 lid van het Kathedraal kapittel van het Bisdom Rotterdam. 1986-1989 lid van de Priesterraad van het Bisdom Rotterdam.

(3) Sint Adelbertvereniging, vereniging van leidinggevende rooms-katholieken in Nederland, opgericht in 1934 door jhr. mr. Ch. Ruys de Beerenbrouck. Doel: behartiging van de godsdienstig-zedelijke, culturele en maatschappelijke belangen van de leden. Er waren plaatselijke en diocesane afdelingen, de Landelijke Centrale en een daaruit gekozen Dagelijks Bestuur. In 1963 verdwenen de diocesane afdelingen. In 1969 werden de landelijke organen opgeheven en resteerde een federatie van plaatselijke afdelingen. Een poging om een plaatselijke afdeling in Delft te vestigen is nog wel onderzocht, maar lijkt niet van de grond te zijn gekomen.

(4) Mariënburg vereniging, opgericht in oktober 1983 onder het motto: 'Getuigen van de Geest die in ons leeft', is een landelijke beweging van mensen die de vernieuwing binnen de katholieke kerk wenst te steunen, omdat een eigentijdse geloofsgemeenschap haar ter harte gaat. Is bezorgd over de gang van zaken binnen de Nederlandse katholieke kerk en wil binnen die kerkgemeenschap stem geven aan een loyale oppositie. Als enthousiast volger van de kerkvisie van Vaticanum II stelt zij vast dat katholieke gelovigen een eigen verantwoordelijkheid hebben vanuit het eigen verstaan van hun roeping en vanuit de verantwoordelijkheid voor de samenleving. Zij benadrukt de eigen onvervangbare taak van de niet gewijde gelovigen die volgens Vaticanum II óók inhoudt dat zij naar de mate van kennis, de bevoegdheid en de bekwaamheid waarover zij beschikken, gemachtigd zijn hun mening uit te spreken in aangelegenheden die het welzijn van de kerk betreffen.

(5) Ir. Henricus Johannes Meijsing ('s Hertogenbosch 1916 - Delft 2003) werkte als architect in Delft. In de periode 1958 tot 1962 had Ir. Meijsing zitting in de gemeenteraad van Delft voor de Katholieke Volks Partij. Ir. Meijsing kreeg veel opdrachten van de stichting Rooms-Katholieke Bejaardenzorg Delft waarvoor hij Woonzorgcentra Monica en Stefanna en het complex bejaardenwoningen van de dr. G. Vrijmoedhof ontwierp. Hij was ook de architect van het Lodewijk Makeblijde College te Rijswijk. Ir Meijsing was ten tijde van de opdracht voor de Adelbertkerk verbonden aan het architectenbureau van prof. Ir. J.H. Froger (1920-1976), hoogleraar Bouwkunde aan de Technische Hogeschool Delft. Prof. Froger was lid van de Amsterdamse afdeling van de Sint Adelbertvereniging.