U bent hier: Nieuws
Laatst gewijzigd: 01-07-2012

Teja: "Je doet het vanaf het begin gewoon op je eigen manier."

oud-pastor Teja van der Knaap overleed 21 maart jongstleden

Verslag van een interview dat pastor Paul Mantelaers (in het kader van zijn theologie studie) op 6 april 2000 had met (toenmalige) pastoraal werkster Teja van der Knaap. Teja was toen werkzaam in de Adelbertkerk, toen een zelfstandige parochie.

1. Wat vooraf ging aan theologiestudie en de baan als pastoraal werkster
Teja is 58 jaar en komt uit een groot gezin. Haar ouders hadden een bakkerij en ijssalon te Honselersdijk. Haar vader was koordirigent in de parochiekerk en speelde viool. Twee zussen traden toe tot religieuze ordes, een broer zat enige tijd op het seminarie. Het gezin was/is een gezin van creatieve mensen. Net nog 18 stond ze voor de klas. Na 3 jaar ging ze binnen een religieuze communiteit van missiezusters werken als onderwijzeres omdat ze uitgezonden wilde worden. Die periode was erg belangrijk voor haar spiritualiteitsontwikkeling: ‘Zo’n vormingstijd beveel ik iedereen aan’. Dat de deur naar de ‘gewone’ wereld dicht ging is Teja na enige tijd niet zozeer als knellend maar wel als ‘iets te gemakkelijk’ gaan ervaren. Van 1967 tot 1978 maakte ze deel uit van een religieuze leefgroep op Texel (experiment in het kader van VAT-II). De pastoor op Texel wist geen raad met de vrouw in de kerk en liet hen administratief werk doen. Ze bedankten voor de eer en zijn zelf zinvol werk gaan zoeken. Dat mondde uit in vormingswerk voor jong volwassenen buiten de kerkmuren. Mede omdat het experiment niet echt aansloot bij het doel van de congregatie werd het beëindigd. Teja had niet de eeuwige gelofte gedaan en daarom voelde de orde zich niet langer verantwoordelijk voor haar. Zoeken naar uitdagingen kenmerkt Teja nog steeds. Zo ervaart ze het mediteren midden in de samenleving (b.v. in de trein) als een aantrekkelijker uitdaging dan ‘met een boekje in een kloosterhoekje’. Alhoewel ze is opgevoed met ‘geloven op zondag is anders dan geloven op maandag’ houdt ze niet van een strikt onderscheid tussen die twee werelden.

2. De theologie-opleiding
Tijdens haar Texelse periode ontstond, om goed te kunnen blijven functioneren, behoefte aan persoonlijke vorming. In 1977 startte Teja met de theologie-studie (KTH Amsterdam). De eerste vijf jaar fulltime, het laatste jaar in combinatie met een baan als lerares ‘Levensbeschouwelijke stromingen’ aan een opleiding voor verzorgende en verplegende beroepen. Teja koos niet voor theologie vanwege het beroepsperspectief maar vanuit de behoefte aan meer verdieping, wijsheid. Met de toename van het aantal werkcolleges kwam het beroep tijdens de opleiding vanzelf in beeld. Toen ze na vier jaar moest kiezen tussen parochie- of vormingswerk maakte ze een crisis door. Met vormingswerk had ze ervaring; ‘parochie’ betekende dat ze terug moest in de kerk en dat boeide haar toen niet; voor haar moest het - net als voor velen in haar naaste omgeving – ‘alternatief’ zijn in die tijd. Gegeven de ervaringen op Texel aarzelde ze zeer. De colleges op de KTH hebben een grote omslag bewerkstelligd (ontwikkeling van historisch besef); haar leeftijd versterkte dat. Ze besloot te gaan onderzoeken waar ze bij kon aansluiten en op welke manier ze leiding zou kunnen geven of voor zou kunnen gaan. Teja vertelt: ‘Ik heb altijd wel iets van mijn studie zo voor handen liggen waarvan ik denk: dat moet ik toch nog eens inkijken’. Door de opleiding kreeg ze niet alleen veel in handen waarmee ze verder kon. De studie bood zeker de eerste tijd ook de mogelijkheid om te kijken naar hoe ze zelf in het leven staat. Teja vindt het belangrijk dat ze een beeld had van de praktijk toen ze studeerde: ‘Dan weet je waarvoor je het doet; je hebt dan een referentiekader’.

3. De baan als pastoraal werkster.
Haar eerste (en tot nu toe enigste) aanstelling kreeg ze in haar stageparochie. Door geldgebrek bleef die beperkt tot een parttime (50%) benoeming. Daarnaast stond ze voor de klas. Die combinatie vond zij ideaal: op school kwam ze in levensbeschouwing geïnteresseerde jongeren tegen die ze in de kerk miste. Haar introductie in de parochie verwoordt Teja als: ‘Ik zat gewoon in de mededelingen’. In die tijd (1983) was geen sprake van een installatieceremonie: ‘Wellicht dacht men: als het niks wordt kunnen we makkelijker terug’. Tegenwoordig gaat dat allemaal anders.
 Teja werkte samen met de twee priesters, ze had catechese als speciaal werkterrein. Ze kreeg te verstaan dat liturgie het terrein van de priesters was, hetgeen ze eerder prettig dan bezwaarlijk vond. Ze werd gestimuleerd dingen te doen waarvoor ze aanleg had: het educatieve, het groepswerk. Vanwege de zichtbaarheid in een grote parochie vond Teja het betrokken zijn bij de liturgie echter nodig. In haar verkondiging koppelde ze ervaringen met groepspastoraat terug naar de kerkgangers, om zo de zin ervan duidelijk te maken. Die wijze van preken was ongebruikelijk maar werd door de eigen inhoud ervan als aanvullend gezien.
 Al gauw na haar aantreden had Teja het gevoel goed te functioneren. Ze functioneerde in de luwte van de twee priesters. Vanaf de begintijd deed ze bibliodrama. Ook had ze een eigen visie op groepspastoraat. Ze probeerde aan te sluiten bij onderwerpen die leven in de samenleving. Op een vaste avond in de week had ze een inloop over diverse onderwerpen. Dat was de luxe van een grote parochie waar twee priesters waren voor het andere werk. In die tijd is in de parochie de basis gelegd voor de inmiddels aardig uitgebouwde gezinscatechese voor de leeftijdsgroep van 0-12. Dat de inloopavonden zich zijn gaan verdichten tot gezinscatechese kwam mede omdat mensen een beetje ‘gespreksgroep-moe’ werden; ook de TV was daarop van invloed.
Haar aandeel qua liturgische vieringen is nooit meer geweest dan een keer in de maand en dat wil ze graag zo houden want het vraagt veel werk (overweging, kindernevendienst, crèche, koffiedrinken, koor, lectoren etc.). Omdat het de druk op haar vermindert geeft ze er de voorkeur aan samen met een priester voor te gaan. Dat is echter steeds moeilijker te realiseren. De druk die ze ervaart wordt de laatste tijd minder. Een overweging voorbereiden kost veel tijd en Teja heeft niet het gevoel dat dat in de loop der jaren minder is geworden. Een preek houden op basis van die van drie jaar geleden ‘Daar is geen aardigheid aan. Zelf zit je ook in een proces. Het ene jaar valt je in diezelfde tekst dit op en het andere jaar iets anders. Of je hebt iets meegemaakt’.
 Met het vertrek van de full time priester kreeg Teja als oudstgediende meer verantwoordelijkheden. Ze aanvaardde die vanuit de wetenschap dat de parochie een goed ontwikkeld vrijwilligerswerk heeft: samen zouden ze het kunnen klaren. Zo hoort bij haar nieuwe functie onder andere dat ze de vergaderingen van de pastoraatgroep leidt en goed voorbereidt.
 Gevraagd naar wat ze moeilijk vindt merkt Teja op dat organiseren niet haar sterkste kant is. Ze is blij dat er goede vrijwilligers zijn die deeltaken overnemen. Teja heeft buitenkerkelijken altijd een uitdaging gevonden. Dat heeft alles te maken met haar eigen leven (crisis na vier jaar theologie; werk op Texel). Ze ontwikkelde een bepaalde feeling voor die groep en daarvan maakt ze nu op positieve wijze gebruik. Dat aspecten uit je persoonlijke levensloop later weer kansen krijgen vindt ze ‘wonderlijk’. Niet alleen bij randkerkelijken, ook bij bibliodrama heeft ze dat ervaren. Ze heeft altijd veel van toneel gehouden. In bibliodrama vond ze een combinatie van groepspastoraat, bijbel en toneel: ‘In plaats van toneel is het echter inleven geworden, heel eerlijk en dicht bij jezelf’. Volgens haar beoogt een goed toneelstuk dat ook en geven bijbelverhalen je alle kans daarvoor. Bibliodrama zoals zij ermee bezig is doet een beroep op de pastor wat betreft de voorbereiding van de tekst (exegese plegen). Ook is vaardig zijn in groepspastoraat gewenst en je moet de kunst verstaan ieder apart, ieders eigen inbreng op waarde te schatten, te stimuleren, te verruimen. Bibliodrama zoals Teja er nu mee bezig is, is laagdrempelig en op de parochie toegesneden.
 Opvallend is dat Teja al 18 jaar op dezelfde plek zit terwijl veel van haar jaargenoten al na 5 jaar van baan veranderden. Ze verklaart dit vanuit de dynamiek in haar omgeving. Er verandert zoveel dat haar baan ook steeds verandert. In het basispastoraat moet je een duizendpoot zijn en je moet soepel kunnen omgaan met je tijd. Daar moet je tegen kunnen. Teja was de eerste vrouwelijke pastoraal werker in het bisdom Rotterdam. Ze is van mening dat vrouwen er niet op uit moeten zijn een plek te veroveren waarop ze eerst ondenkbaar waren. Voor vrouwen is het makkelijker dan voor mannen om eens iets nieuws te brengen. Mannen krijgen al snel het stempel op van ‘priester’ of ‘zal binnenkort wel gewijd worden’. In tegenstelling tot bij mannen is er bij vrouwen geen eis van ‘kan jij wel preken’. Je doet het vanaf het begin gewoon op je eigen manier. Dat is de positieve kant van het vrouw zijn. Ook nu nog is Teja bij veel vergaderingen de enige vrouw.
 Belangrijke eigenschap waarover een pastoraal werker moet beschikken is: kunnen aansluiten bij de geloofsbeleving die er is. In een kerk vol verschillende mensen moet een gemeenschappelijke noemer worden gevonden. Een academische preek spreekt niet aan. Het allerbelangrijkste is echter dat je kunt inspireren van binnenuit. Van daaruit sluit je aan bij anderen. Dat vereist dat je de taal verstaat en er een beetje doorheen kunt kijken, dat wat men zegt een beetje kunt optillen. Je moet goed weten wat er leeft. Als voorbeeld noemt Teja een avond over eucharistie voor ouders van eerste communicanten. Ze bereidt zich voor (nadenken, lezen) en als de avond begint ‘ben ik leeg maar ben ik er toch gerust op’. Ze is dan benieuwd waar anderen mee komen en sluit daarbij aan. ‘Bij de preek kan dat niet, want niemand zegt wat terug. Het zou mooi zijn als dat in de kerk ook kon’ Naar aanleiding hiervan onderstreept Teja het belang van vakken als psychologie en sociolo¬gie in de opleiding maar voegt daar meteen aan toe dat die vakken wel nodig maar niet voldoende zijn om goed te functioneren. In dat verband wijst ze op het begeleiden van voorbereidingsgroepen voor woord- en communiediensten. Ter voorbereiding had ze de exegese van de tekst wel bestudeerd en erover nagedacht, maar vervolgens komt het voornamelijk aan op mensenkennis en sociale vaardigheden. De associatie van anderen met die tekst op waarde kunnen schatten. Al te nadrukkelijk en vroegtijdig je eigen inspiratie naar voren brengen is vermoeiend voor anderen en leidt tot het voor kennisgeving aannemen wat je zegt. Ze zelf bezig laten zijn met een tekst is waardevoller.
 Mede ten behoeve van haar eigen spiritualiteitontwikkeling, inspiratie en innerlijke rust leest Teja veel. Bepaalde boeken, bijvoorbeeld het dagboek van Etty Hillesum, bieden haar af en toe een verduidelijking van het Nieuwe Testament. Teja zoekt ernaar om de vanzelfsprekendheden van bijbelteksten nieuwe inhoud te geven. Door haar ervaringen met bibliodrama weet ze hoe onvanzelfsprekend en nieuw het voor iemand kan zijn, hoe dicht de tekst ineens bij iemands leven komt: “Weerbarstige taal is dan opeens geen probleem meer. Omdat je een opening maakt in het verhaal, omdat je bij wijze van spreken in het verhaal woont, heb je het meegemaakt en kun je er dus over praten. Iets wat je hebt mee-gemaakt hoort de rest van je leven bij je bagage. Door bibliodrama gaan die verhalen stuk voor stuk bij je bagage horen. Net als je de communie deelt moet je het woord delen met elkaar. Daarom is het eenrichtingsverkeer van de preek een beetje vreemd”.
Haar spiritualiteit houdt ze niet alleen door lezen op peil; ook gesprekken met andere mensen dragen daaraan bij. Het werk ervaart Teja als ‘indringend’, en als je er helemaal voor kiest dan heb je toch wel iemand nodig. Een geestelijk leidsman of -vrouw; in elk geval iemand die je niet in alle opzichten gelijk geeft en waar je toch nog een beetje tegenop ziet. Zo iemand heeft Teja altijd wel gehad.
 Behoefte aan het veranderen van werkkring heeft Teja ook na 18 jaar in haar huidige functie (nog) niet. Haar baan bij de Adelbertparochie kent zoveel dynamiek dat ze die nog steeds als erg afwisselend ervaart. Als vanzelf dienen zich steeds nieuwe, interessante uitdagingen aan zodat ze niet het gevoel heeft vast te lopen. Haar werkterrein wordt ook steeds groter. Waar leeftijdgenoten al praten over VUT of pensioen wil Teja daar voorlopig nog niet aan denken.

23-03-2017 12:24 Leeftijd: 3 jaar