U bent hier: R.-k. spiritualiteit / Kerkelijk jaar / Kerstmis / Kerststal
Laatst gewijzigd: 01-12-2010

Kerststal, een levende traditie

Kerststallen, voor ons zijn ze heel gewoon. Er zijn zelfs winkels die het hele jaar kerststallen en kerstversieringen verkopen. Maar als je de verhalen rond de geboorte van Jezus goed leest, dan zul je al snel bemerken dat een groot deel van onze verhalen over Kerstmis niet precies zo in de Bijbel staat. Evangelist Mattheüs slaat na zijn geslachtslijst de geboorte in de stal over. Marcus begint bij het optreden van Johannes de Doper in de woestijn. De evangelist Johannes begint met een prachtige, mystieke  verwoording van de geboorte van het Woord. Alleen Lucas geeft een in de historie geplaatst verhaal met de woorden: 'In die dagen vaardigde keizer Augustus een decreet uit...'

Er wordt geen stal beschreven, geen os en ezel, maar wel een voerbak waarin het kind gelegd wordt. Bij Mattheüs vinden we dan weer de Drie Wijzen uit het oosten terug, waarover in Lucas niets gezegd wordt. En dan zijn er nog Apocriefe Evangelies, zoals het Evangelie van Jacobus, dat een veel uitgebreider verhaal van de aankondiging, de geboorte en het leven van Jezus geeft. Onze kerststal is als het ware bij elkaar gesprokkeld, maar heeft een lange geschiedenis.

Het begin van Kerstmis

De geboorte wordt voor het eerst uitgebeeld in de jaren dertig van de vierde eeuw, wanneer keizer Constantijn in Betlehem een basiliek laat bouwen boven de geboortegrot. In Rome wordt dan het Kerstfeest ingevoerd en vastgesteld op 25 december: vlakbij de datum dat de Romeinen de midwinterzonnewende vierden: het feest van Natalis soli invicti (de onoverwonnen zon). De geboorte van Jezus wordt gevierd als het opgaan van de zon der gerechtigheid. Of zoals Johannes het ziet: de menswording van God als het doorbreken van het ware Licht. In preken uit die tijd vindt men deze thema's terug.

In een van de oudste liturgische teksten van Kerstmis uit de vijfde eeuw staat deze gedachte ook verwoord:

God, die deze hoogheilige nacht
door de luister van het ware Licht hebt verlicht,
geef, wij bidden U, dat wij,
die het mysterie van dit Licht
op aarde hebben leren kennen,
ook de vreugde daarvan in de hemel mogen genieten.

In het begin waren er afbeeldingen op sarcofagen. Ze waren heel eenvoudig. Wat later, halverwege die vierde eeuw zie je op sarcofagen de Drie Wijzen op weg naar de stal geleid door de ster, die Bileam in het Oude Testament ook al leidde.

De heilige Franciscus en de eerste kerststal

In de dertiende eeuw, drie jaar voor zijn dood, liet Franciscus van Assisi de eerste kerststal in het openbaar neerzetten. Hij wilde aan eenvoudige mensen de betekenis van Jezus' geboorte in die armoedige omstandigheden duidelijk maken. Zo ontstond een levende kerststal, in het bos bij een grot in Greccio: er was een kindje in de kribbe, een Maria en Jozef, een echte os en ezel en enkele bijfiguren.

Franciscus, zijn broeders en de dorpelingen stonden er met brandende fakkels en kaarsen om heen. Ontroerd ervoeren ze hoe Greccio een nieuw Betlehem was geworden, zo beschrijft Thomas van Celano, de biograaf van Franciscds, het gebeuren. Ook nu nog vinden we rond Kerstmis op verschillende plaatsen in het land een levende kerststal, soms zelfs in een prachtige oude schaapsstal.

Kerststallen van overal

Door de eeuwen heen is men kerststallen voor gebruik in de kerk en in huis gaan maken. Die traditie is al heel oud, vanaf het einde van de middeleeuwen. Er zijn mensen die ze verzamelen. Er zijn ook mensen die kunstenaars van over de hele wereld opdracht geven een kerststal te maken. Alle kerststallen zijn anders. Cultuur en visie van de kunstenaar hebben invloed op de uitvoering. Ze zijn ingetogen, uitbundig, kleurig, eenvoudig, veelvormig maar steeds ontroerend. Want elke kunstenaar ging op zoek naar het mysterie van Geboorte dat we vieren met Kerstmis.

Tekst Felicia Dekkers in ‘Op weg naar Kerstmis’ van Abdij Berne-Heeswijk